woensdag 16 april 2008

Hoe worden dropjes gemaakt? Blokdrop.

De basis van drop is de wortel van de zoethoutstruik Glycyrrhiza glabra, behorend tot de vlinderfamilie . Deze kleine struiken kunnen tot één meter hoog worden en komen oorspronkelijk uit het Middellandse zee-gebied (landen als Griekenland, Spanje en Italië).
De zoethoutwortelstruiken worden na de zomer uit de grond gehaald; de wortels van de plant kunnen dan wel tot vier meter diep gegroeid zijn. Nadat de struik is uitgegraven, wordt een deel van de wortels afgeknipt. De struik zelf gaat terug de grond in om verder te groeien. De afgeknipte wortels worden in de zon gedroogd (om schimmelgroei tegen te gaan) en daarna gemalen, gerafeld en met water tot een pulp geroerd. Deze zoethoutwortelpulp wordt gefiltreerd en ingekookt. Het ingedikte extract wat hieruit ontstaat wordt in blokken gegoten en gedroogd: blokdrop.
Blokdrop wordt geëxporteerd voor verdere verwerking naar drop-, tabaks-en farmaceutische industrieën. Daarvoor moet het eerst weer worden opgelost in warm water. De uiteindelijke hoeveelheid blokdrop in een dropje is 3 tot 5%, omdat blokdrop ongeveer 50x zoeter is dan suiker en dus maar in kleine hoeveelheden hoeft te worden gebruikt.

Voor het maken van drop zijn ook andere ingrediënten nodig, zoals een zoetmiddel (suiker, glucose, fructose, honing of een zoetstof), verdikkingsmiddelen (vroeger voornamelijk Arabische gom, maar tegenwoordig veel eerder gemodificeerd zetmeel en soms gelatine). Deze worden vermengd en snel verhit tot 135 °C, waardoor het zetmeel gaat verstijfselen (conform behangplaksel). Hierdoor ontstaat er een zachte, sterke structuur. Het hete mengsel wordt daarna onder hoge druk door een soort zeef of door dunne buizen geperst om een homogene structuur te krijgen. Daarna wordt het in een vacuüm gebracht om eventuele luchtbellen te verwijderen.
Na gedeeltelijk afkoelen worden de opgeloste blokdrop, kleurstoffen en aroma's toegevoegd. (In het geval van 'zoute drop' worden ook zout en/of ammoniumchloride (salmiak) toegevoegd). Dit uiteindelijke mengsel noemt men het deeg, omdat het qua structuur en viscositeit op brooddeeg lijkt. Met dit deeg kunnen de dropjes gevormd worden.

Het warme stroperige dropmengsel wordt met een doseermachine in vormpjes gegoten, die daarna 36 uur bij 65 °C in een speciale ruimte rusten om uit te harden. Bij lagere temperaturen zouden de dropjes te snel uitharden, waardoor ze zouden kunnen scheuren. Nadat de uitgeharde dropjes uit de vormen zijn verwijderd, worden zij met een glansmiddel (bijenwas of plantaardige olie) behandeld in een ronddraaiend vat. De dropjes worden nog 1 of 2 dagen bij 18-20°C bewaard, en dan verpakt.
Door het hoge suikergehalte zijn luchtdicht verpakte dropjes zéker een jaar houdbaar.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen