maandag 28 januari 2013

De geschiedenis van drop

Zoethoutwortelextract (van de Glycyrrhiza glabra; Grieks: glukos=zoet + ryca=wortel) is een belangrijk ingrediënt, zo niet het hoofdbestanddeel, van drop. Het kan bogen op een zeer oude historie, want sinds mensenheugenis wordt het geprezen om zijn helende eigenschappen en als medicament gebruikt.

Het is onbekend wie de allereerste dropeter was, maar in Nippur, de toenmalige heilige (hoofd)stad van het ooit Babylonische Rijk, hebben opgravingen geleid tot de ontdekking van een versie van Genesis, gedateerd 7000 v.Chr. Hierin komt de zoethoutwortel als middel voor, samen met kaneel en anijszaad, ter bestrijding van de pest. Toen anno 1923 Toet-Ankh-Amon's graftombe (1358 v.Chr.) werd gevonden, was deze nog in geheel ongeschonden staat. Na de opening ervan werden zeer grote hoeveelheden zoethoutwortel aangetroffen. De werking werd kennelijk zo op prijs gesteld dat men vond dat de 'drop' ook in het hiernamaals aanwezig moest zijn.

In de Chinese oudheid werd zoethoutwortel genoemd als één van de topingredienten in de Shen Nung Pen Ts'ao King die op het lijf een goddelijke invloed zou hebben en bijdragen aan een langer leven. In een oude tekst uit 650 v.Chr., in Babylonisch-Assyrisch spijkerschrift, wordt de zoethoutwortel geroemd als geneesmiddel tegen hoest en, toegepast in een zalfje, tegen infectie. Drop wordt eveneens genoemd in het document Demotic Magical Papyrus of London and Leiden dat stamt uit de tijd van de Romeinse keizers. Zowel in de geschriften van 'Vader der Geneeskunde' Hippocratus 500 jaar v.Christus, als in de essays van de Griekse filosoof en be- roemde plantkundige Theophrastus (300 v.Chr.) wordt over de helende werking van zoethoutwortel geschreven. Het heeft een slijmoplossende werking, inderdaad.
Het was de Skythen (625 v.Chr.) al bekend dat zoethout de dorst lest. Krijgers konden het, zo wil het verhaal, twaalf dagen zonder verder drinken uithouden wanneer ze zoethoutwortel en kaas van merriemelk gebruikten. Ook heerser Alexander de Grote liet zijn manschappen tijdens zijn vele oorlogen op zoethout sabbelen.

Een manuscript, op berkebast geschreven in Sanskriet, gedateerd 360 v.Chr., geeft enig inzicht in de oude geneeskunde der Hindoes. In de diverse receptuur komt relatief vaak zoethout voor. Wie er belang in stelt: "Een man die zoethout gemengd met geklaarde boter ende honing drinkt, gevolgd door melk, en die zich van de omgang met vrouwen onthoudt, zal honderd jaar leven." Mocht die laatste beperking op onoverkomelijke bezwaren stuiten; er bestaan ook recepten die zonder deze restrictie een hoge leeftijd garanderen. India's grootste profeet, Brahma, zou gebruik hebben gemaakt van de genezende eigenschappen van 'drop'.

De oudste Nederlandse publicatie over drop is het leerdicht 'Der Natueren Bloeme' van Jacob van Maerlant uit de 13e eeuw. Deze auteur noemt de zoethoutwortel als middel tegen aandoeningen van de luchtwegen in het algemeen en hoesten in het bijzonder. Omdat er in die tijd nog geen suikerwerkindustrie bestond (suiker was een exotisch en dus kostbaar artikel; het algemeen gebruikt zoetmiddel was honing) moet men zich realiseren dat in alle tekst van voor de 17e eeuw waarin over 'drop' wordt gesproken, het om de zoethoutwortel of het zoethoutextract gaat. En niet om iets wat lijkt op ons moderne zoetwaar. Door de eeuwen heen veranderde het karakter van drop, doordat men er zouten, menthol, honing, salmiakzout en andere (natuurlijke) smaakstoffen aan toe ging voegen.
Napoleon schijnt kisten vol drop op zijn veldtochten meegenomen te hebben om zijn chronische maagpijnen te verzachten. Er wordt van hem gezegd dat zijn tanden zwart zagen omdat hij de ganse dag op zoethout sabbelde. Hij kende ook de dorstlessende werking van de lekkernij, die daarom tot de standaarduitrusting van zijn garde- soldaten behoorde. Alleen in geval van waterschaarste mocht, en dan uitsluitend met toestemming van de bevelvoerende officier, van de drop worden gegeten. Overigens zou uit autopsie zijn ge- bleken dat Napoleon uiteindelijk aan maagkanker stierf...

Zoethout hoorde in eerste instantie thuis bij de apotheker, die het gebruikte om zijn bittere pillen te vergulden. Pas vanaf de 18e eeuw werd het suikerwerk gemeengoed. In 1731 slaagde Italiaan Giorgio Amarelli erin om het sap uit de zoethoutplantwortels tot drop te verwerken. In 1760 maakte apotheker George Dunhill drop-artikelen en verkocht ze als medicijn tegen infecties, ver- koudheid en maagzweren.
Overal in Nederland kun je vandaag de dag drop kopen, in alle denkbare soorten, maten en smaken. Buiten Nederland, zoals in de Zuidelijke landen, kent men over het algemeen geen drop. In bijna alle landen moet snoep zoet en mooi gekleurd zijn. Zwart en zout worden niet op prijs gesteld. Er wordt beweerd dat wij zo gek zijn op drop omdat ons land aan de kust ligt; daarom houden wij ook van allerlei andere zoute zaken (zoals haring). Misschien is dat wel zo; en dat verklaard dan ook de dropliefde van Scandinavië en Groot-Brittanië.

1 opmerking: